Vergunningen en voorschriften

Voor het maaien van de waterplanten in de Randmeren heeft Gastvrije Randmeren voor het Eem- en Gooimeer een vergunning Natuurbeschermingswet gekregen en voor de Veluwerandmeren een ontheffing daarvoor.

Er moet bij het maaien van waterplanten aan een aantal strikte voorwaarden worden voldaan:

  • Er mogen alleen velden met overlast gevende fonteinkruiden worden gemaaid. Voor de Veluwerandmeren zijn dat doorgroeid fonteinkruid en aarvederkruid, voor het Eem- en Gooimeer zijn dat doorgroeid fonteinkruid, gekroesd fonteinkruid en aarvederkruid. In alle gevallen moeten kranswiervelden worden gespaard
     
  • Er mag jaarlijks niet meer den 400hectare waterplanten in Eem- en Gooimeer niet meer dan 300 hectare waterplanten in de Veluwewerandmeren gemaaid worden
     
  • Er mag slechts eenmaal per jaar gemaaid worden, in de maand juli, op basis van kartering en veldbezoek. Daar waar de grootste problemen voor de watersector optreden, wordt gemaaid
     
  • Er mag alleen gemaaid worden op NAP -1,50 meter of dieper, met uitzondering van ondiepe  zones bij Huizen en Blaricum
     
  • Een week voorafgaand aan het maaien moeten alle werkzaamheden worden gemeld bij de Provincies en bij Rijkswaterstaat
     
  • Kolonies van nestelende vogels mogen niet verstoord worden
     
  • Er mag alleen met aantoonbaar beproefde methoden gewerkt worden (toetscriteria daarvoor zijn: waterplanten knippen en niet uittrekken; apparatuur moeten in hoogte verstelbaar en op op 0,60m boven de waterbodem ingesteld kunnen worden, het restmateriaal  moet worden opgevangen en afgevoerd).

Voor zover niet benoemd in de vergunning, dienen de maaiwerkzaamheden uitgevoerd te worden overeenkomstig de Handreiking Waterplanten maaibeheer van Rijkswaterstaat:

  • Maai maximaal 10% van het totale waterplantenareaal
  • Maai op een diepte van minimaal 60 cm boven de waterbodem
  • Maai geen beschermde planten
  • Verzamel alle gemaaide plantenresten en voer het maaisel verantwoord af uit het gebied.