Waterplanten maaien

Toelichting op rapport systeemanalyse
Gooi- en Eemmeer

WAT VOORAF GING

‘Is verbetering van de recreatieve waarde van het Gooi- en Eemmeer mogelijk, met behoud van waterkwaliteit’. Dat is de vraagstelling voor de watersysteemanalyse. Ingrepen moeten passen binnen het wettelijk kader (Natura2000 en KRW) en mogen niet leiden tot grootschalige verdwijning van planten, toename algengroei, afname doorzicht.

Om dit te kunnen onderzoeken was het nodig om te weten hoe het systeem functioneert.

1. Hoe ziet systeem eruit?
2. Welke factoren zijn bepalend voor het functioneren van het systeem?
3. Hoe robuust is het systeem
4. Welke ingrepen zijn mogelijk? Door middel van de systeemanalyse is invulling gegeven aan deze vragen.

WELKE FACTOREN ZIJN BEPALEND VOOR HET SYSTEEM?

Meren, plassen, kanalen etc kunnen voorkomen in verschillende verschijningstoestanden. Bijvoorbeeld een helder plantenrijk systeem en een troebel algenrijk systeem. Verschillende factoren zoals de gebiedskenmerken van een systeem (bodem, waterdiepte, strijklengte, oeverzones), maar ook de nutriëntentoevoer bepalen de verschijningstoestand. In de Randmeren is het water op dit moment helder, mede als gevolg van de hoeveelheid waterplanten). Onder invloed van externe factoren (bijvoorbeeld nutriëntentoevoer) kan een kritisch omslagpunt ontstaan naar een andere verschijningstoestand, bijvoorbeeld troebel en algenrijk. Dit omslagpunt en de bepalende factoren die hieraan ten grondslag liggen zijn voor Gooi- en Eemmeer nu bepaald.

IS DE NUTRIËNTENBELASTING LAAG GENOEG?

Een zeer bepalende factor in het Gooi- en Eemmeer is de nutriëntentoevoer vanuit de Eemvallei. Het rekenmodel dat gebruikt is bij de watersysteem-analyse gaf aan dat het systeem door een hoge nutriëntenbelasting (fosfor) troebel- en algenrijkzou moeten zijn. Het water van Gooi- en Eemmeer is juist erg helder en er groeien overmatig veel waterplanten (fonteinkruid).

Een mogelijke verklaring voor het heldere water is de ‘quaggamossel’ die in Gooi- en Eemmeer leeft, en relatief nieuw is in Nederland. Dit weekdier filtert namelijk algen uit het water en kan bij grote hoeveelheden een enorme impact hebben op het helder maken en houden van water. En fonteinkruid doet het goed in helder en voedselrijk water.

Op basis van het (geschatte) aantal mosselen is de filtercapaciteit voor beide meren bepaald. Het is hiermee aannemelijk dat de -mosselen er voor zorgen dat het systeem helder is, terwijl het op basis van de hoeveelheid nutriënten troebel zou moeten zijn. De mosselen houden het systeem hiermee ‘kunstmatig’ helder.

HOE ROBUUST IS HET HUIDIGE SYSTEEM?

Je kunt je afvragen hoe robuust het huidige systeem is, als de helderheid (mede) wordt bepaald door het aantal mosselen. Omdat de laatste monitoring van mosselen door RWS in 2013 is uitgevoerd, is door Gastvrije Randmeren in voorjaar 2020 opdracht gegeven een nieuwe mossel-inventarisatie te doen. Uit deze inventarisatie blijkt dat het aantal mosselen sterk is afgenomen. Omdat daarmee de filtercapaciteit aanzienlijk is teruggelopen, is het systeem kwetsbaar voor een omslag van helder naar troebel water. De robuustheid is hiermee zeer beperkt.

WAT ZOU KUNNEN HELPEN?

Primair noodzakelijk voor het structureel oplossen van het waterplantenprobleem is het aanpakken van de bron van het probleem en het versterken van de robuustheid. Door de hoge nutriëntenstroom zijn de meren zowel gevoelig voor een omslag van helder naar troebel als ondervinden ze overlast van de plantensoort fonteinkruid die zeer gebaat is bij veel voedingstoffen. De meeste nutriënten in het Eemmeer komen vanuit rivier de Eem. In het Gooimeer wordt de  kwaliteit bepaald door de toestroom van water uit het Eemmeer. Nutriëntenreductie vanuit de Eem(vallei) is dan ook essentieel.

Daarnaast is de robuustheid van het meer te vergroten door herinrichting van de meren naar een vorm met geleidelijk aflopende oevers en moerasontwikkeling. Deze herinrichting is echter alleen effectief in samenspraak met nutriëntenreducerende maatregelen.

Een positieve beïnvloeding van de mosselstand en filtratiecapaciteit van mosselen wordt door de onderzoekers niet kansrijk geacht. De instorting van het quaggamossel bestand is onderdeel van een natuurlijk proces. Nieuwe soorten kennen bij introductie weinig vijanden (predatie en ziekte). Na verloop van tijd neemt dit toe. Het is dan ook niet aannemelijk dat het mogelijk is controleerbaar en betrouwbaar kunstmatig een  hoge mosselstand (en daarmee filtercapaciteit) te kunnen garanderen.

CONCLUSIE WITTEVEEN+BOS OP GROND VAN SYSTEEMANaLYSE

De systeemanalyse laat zien dat het Gooi- en het Eemmeer gevoelig is voor een omslag naar een troebel systeem. Dit betekent dat ingrepen zoals het aanbrengen van verdiepingen (toename van diepe delen) of het intensiveren / uitbreiden van het maaibeheer een groot risicoprofiel kennen en hiermee (nu) niet vergunbaar zijn binnen het wettelijk kader (Natura2000 en KRW).

Een verbetering van de toestand (ecologie en vaarrecreatie) kan bereikt worden door verlanging van de nutriëntenstroom in combinatie met herinrichting.

 ‘Aan de knoppen van het systeem draaien’ kan alleen in samenwerking met gebiedspartners als waterschappen en Rijkswaterstaat.

Het rapport kunt u via deze link inzien. 
De Q & A's naar aanleiding van het rapport vindt u hier.

 

Cookie-instellingen